Categorieën
Uncategorized

Tiener in oorlogsjaren

04-05-2020 – Door Rob van Walree

Ik ben in 1930 geboren in Amsterdam en heb mijn jeugd doorgebracht in Amstelveen samen met mijn ouders, mijn oudere broer Hans en mijn jongere broer Chris.

Toen de tweede wereldoorlog begon bleven we in Amstelveen wonen zolang het kon.

Eind 1944 besloot mijn vader dat het beter was dat ik met mijn moeder en jongere broertje naar Groningen zou gaan, we hadden honger en het was vreselijk koud. 

Ik was toen 14 jaar. Mijn oudste broer zat ondergedoken in Holysloot, hij wilde niet tewerkgesteld worden voor de Arbeitzeinsatz,. In mei 1934 was er besloten dat alle Nederlandse mannen van 18 tot 35 jaar tewerkgesteld moesten worden in de Duitse oorlogsindustrie, dat wilde mijn broer niet en mijn ouders evenmin.

Op 31 december 1944 vertrokken mijn ouders, mijn broertje Chris en ik naar tante Geertje , die in Nieuwe Pekela woonde. De familie van mijn vader kwam er vandaan. Voor mij leek het het einde van de wereld. Ik kon niet meer naar mijn middelbare school: het Lyceum in Amsterdam.

 In die tijd duurde de reis van Amsterdam naar Groningen meer dan 24 uur. We gingen met een Lemmeraak in het pikkedonker naar Lemmer, er was een hele smalle vaarroute door het ijs, we mochten geen enkel licht voeren en het was vreselijk koud. Onlangs las ik in de krant dat er in die tijd twee Lemmeraken in het donker op elkaar waren gebotst en allebei gezonken.

In Lemmer werden we door een grossiers auto opgehaald en naar mijn tante gebracht. De auto reed op houtbrandstof en moest heel erg vaak stoppen om hout in te laden. Tante had een klein huisje geregeld voor ons, het stond leeg. Mijn vader ging op de fiets terug naar Amsterdam, hij deed daar drie dagen over. Hij moest weer aan het werk.

Mijn broertje ging naar de lagere school, maar voor mij was er helemaal niets te doen, ik verveelde me enorm. Een nicht van mijn vader woonde met haar man in Nieuw Weerdingen, Drenthe.

Zij hadden een goed gevulde boekenkast, dus ik ging er vaak op de fiets naar toe om boeken te lezen, dan bleef ik daar een paar dagen logeren.

Op 13 april was ik daar en zeiden ze dat ze luchtgeschut hoorden in de verte en dat ze dachten dat onze bevrijders er aan kwamen, dus Robbie ga maar snel terug naar je moeder en broertje.

Ik vond het heel spannend om terug te fietsen, overal zag je Duitsers langs de kant van de weg, die bezig waren mansgaten te graven om zich zonodig in te kunnen verstoppen.

Ik was erg blij dat ik veilig terug was in Pekela , kort daarna bliezen de Duitsers nog even snel de brug over de rivier de Pekel op om tijd te winnen. Ik was dus net op tijd terug.

De dag erop kwamen er een handjevol bevrijders in het dorp, verder gebeurde er heel weinig, feesten zoals in het zuiden van Nederland hadden we daar echt niet.

Mijn moeder herkende ineens een NSB meisje uit Amstelveen die aanpapte met een Canadese soldaat, mijn moeder werd daar erg kwaad om en ging naar de politie om haar aan te geven.

Op 5 mei was heel Nederland bevrijd en we wilden heel graag zo snel mogelijk terug naar Amstelveen, maar het zou nog tot juli duren voor we terug konden, er was geen vervoer terug.

Toen we eenmaal terug waren in Amstelveen en weer samen waren met mijn vader en oudste broer, pas toen voelde het alsof de oorlog echt over was.

1 reactie op “Tiener in oorlogsjaren”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *