Woerkum voor ramp behoed

04-05-2020 – Piet Hartman

De oorlog begon in 1972 weer op te spelen toen het Nieuwsblad voor het Land van Heusden en Altena meldde dat meester W.G. van den Heetcamp in Woerkum een ramp had voorkomen. Het hoofd van de christelijke school en organist van de hervormde kerk kreeg een lintje omdat hij er de Duitsers ervan zou hebben weerhouden de toren met 1350 kilo explosieven op te blazen. 

Visbaron Willem Wijnbelt wist niet wat hij las. De directeur van Wylax klom woest in de pen en verzocht Van den Heetcamp om nadere uitleg. Deze schreef dat hij samen met ortskommandant Spangenberg in die angstige uren naar de kerk was gegaan en hem had verzocht het orgel te mogen demonteren waarbij hij had gepleit om het opblazen van de toren zo lang mogelijk uit te stellen. 

Willem Wijnbelt reageerde strijdlustig. De enige verdienste van Van den Heetcamp was volgens hem het demonteren van het orgel. “Ik heb Spangenberg dagelijks bezworen de toren te laten staan. Ik gaf hem een boekje van een Duitse professor getiteld ‘Die merkwürdige Bauten in den Niederländen’, waarin ook de Woerkumse toren stond, met het verzoek dit naar de staf  in Meerkerk te sturen. Het boekje heeft kennelijk indruk gemaakt, want het bevel tot ‘sprengen’ bleef uit’’, schreef hij in een reactie. 

Op 21 april 1945 vloog de korenmolen om 10.00 uur de lucht in, maar toren en kerk bleven staan, een godswonder. De halve vesting zou verwoest zijn. Vrijwilligers haalden op Bevrijdingsdag met een noodgang de explosieven uit de toren en voerden die met paard en wagen af. Van den Heetcamp hees de vlag op de toren, zong het Wilhelmus en dankte God op zijn blote knieën. 

Toen Wijnbelt eindelijk een koninklijke onderscheiding kreeg – het was intussen 1982 – gaf hij toe dat er sprake was geweest van een zekere beruchtheid. De feestgangers roemden zijn koopmansgeest, maar niemand prees hem dat hij een ramp had voorkomen, en dat deed hem pijn, ontiegelijk pijn. “Ik was niet getapt. Daar heb ik het zelf naar gemaakt, want ik ging mijn eigen gang. Anderzijds kon je met de Woerkumers geen regeling treffen, zo eigenwijs waren ze. En een bakkes! Ik betaalde aan de vissers hier dezelfde prijs als aan de opkopers elders. Geen cent (!) minder’’, liet hij tijdens de receptie onverstoorbaar weten en kreeg een staande ovatie.